ECLI:NL:GHARN:2011:BU4927
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afstorting pensioen in onderneming bij echtscheiding en verdeling huwelijksgoederengemeenschap
Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in scheiding. De rechtbank had eerder een beschikking gegeven over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, waaronder de aandelen in de onderneming van de man en de pensioenrechten. De vrouw kwam in hoger beroep met meerdere grieven, waaronder de hoogte van de overbedeling en de wijze van pensioenverevening.
Het hof stelt als peildatum voor de verdeling 13 februari 2009 vast en oordeelt dat de man aan de vrouw €64.000,- moet betalen wegens overbedeling. De man erkent dat de waarde van de aan de vrouw toegekende auto reeds is verrekend. De vrouw had ook een verzoek tot wijziging van eis ingediend omtrent de afstorting van het in de onderneming opgebouwde pensioen.
Het hof overweegt dat de man als directeur en enig aandeelhouder van de onderneming zorg moet dragen voor afstorting van het pensioen bij een externe verzekeraar, tenzij hij aannemelijk maakt dat onvoldoende liquide middelen beschikbaar zijn zonder de continuïteit van de onderneming in gevaar te brengen. De man heeft dit voldoende aannemelijk gemaakt aan de hand van deskundigenrapporten en accountantsverklaringen. De onderneming verkeert in een slechte financiële positie door de economische recessie, met beperkte winstcapaciteit en risico op faillissement.
De vrouw heeft geen gemotiveerde weerspreking van deze omstandigheden gegeven. Het hof oordeelt daarom dat de vrouw geen aanspraak kan maken op afstorting van het pensioenkapitaal uit de onderneming. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hof wijst het meer of anders verzochte af, behoudens de toewijzing van de betaling wegens overbedeling en enkele andere punten. De externe pensioenrechten worden aan de vrouw toegekend en de Fortis/ASR-polis wordt op verzoek afgekocht met verdeling van de opbrengst.
De man is hoofdelijk aansprakelijk voor de afwikkeling van de pensioenverevening, maar de afstorting vanuit de onderneming wordt niet opgelegd vanwege de financiële situatie. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen zijn gehouden mee te werken aan de verdeling zoals bepaald.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking en wijst het verzoek tot afstorting van het pensioen af vanwege onvoldoende liquide middelen zonder gevaar voor continuïteit.