ECLI:NL:GHARN:2011:BT7343
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G.M. Meijer-Campfens
- L.T. Wemes
- G. Dam
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennephandel vastgesteld op 2.912 euro
Het gerechtshof Arnhem heeft in hoger beroep de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit de handel in hennep behandeld. De handel vond plaats in de periode van 1 mei 2005 tot en met 17 maart 2006. Op basis van verklaringen en aangetroffen hoeveelheden is de winst berekend op 5.824 euro, waarvan de helft, 2.912 euro, aan de veroordeelde wordt toegerekend.
De verdediging stelde dat bedrijfskundige kosten van 2.964,50 euro in mindering gebracht moesten worden, maar het hof oordeelde dat deze kosten ook zonder strafbare feiten zouden zijn gemaakt en daarom niet aftrekbaar zijn. Verder werd rekening gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn van berechting, waardoor de betalingsverplichting met 20% werd verminderd tot 2.329 euro.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad en deed opnieuw recht. Het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op 2.912 euro en de verplichting tot betaling aan de Staat op 2.329 euro. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 12 oktober 2011 in Arnhem.
Uitkomst: Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op 2.912 euro en de betalingsverplichting aan de Staat op 2.329 euro na korting wegens termijnoverschrijding.