ECLI:NL:GHARN:2011:BT6618
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.H.C. van Ginhoven
- R.W. van Zuijlen
- J.H.M. Zwinkels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep poging zware mishandeling werkgever dochter verworpen beroep noodweer
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor poging tot zware mishandeling van de werkgever van zijn dochter. Hij had de werkgever bij de keel gegrepen in een conflict over de uitbetaling van loon en fooien. Verdachte stelde hoger beroep in tegen deze veroordeling.
Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en verwierp het verweer dat het OM niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard vanwege het lange tijdsverloop tussen het delict en de zitting. Hoewel het tijdsverloop langer was dan wenselijk, was er geen sprake van ernstige procesrechtelijke tekortkomingen die niet-ontvankelijkheid rechtvaardigen.
Verdachte voerde tevens een beroep op noodweer aan, stellende dat hij zich verdedigde tegen een aanval. Het hof oordeelde dat dit verweer niet slaagt omdat geen noodzakelijke verdediging tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding was vastgesteld. Getuigenverklaringen bevestigden de verklaring van verdachte niet.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep wegens de strafoplegging en deed opnieuw recht. Het verklaarde het primair ten laste gelegde bewezen en veroordeelde verdachte tot een werkstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen waren.
De straf werd passend geacht gezien de ernst van het feit, het feit dat verdachte een first-offender is, en de omstandigheden waaronder het delict plaatsvond.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, wegens poging tot zware mishandeling.