ECLI:NL:GHARN:2011:BT6231
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-aftrekbaarheid van kwijtscheldingsverlies op onzakelijke lening in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, houder van 50% van de aandelen in B B.V., verstrekte geldleningen aan deze vennootschap zonder zekerheden en onder onzakelijke voorwaarden. Na verkoop van haar aandelen en kwijtschelding van haar vorderingen bracht belanghebbende het kwijtscheldingsverlies ten laste van haar winst over 2005.
De Inspecteur handhaafde de aanslag en stelde dat het verlies niet aftrekbaar was vanwege de onzakelijke lening en het ontbreken van verband tussen fiscale behandeling bij crediteur en debiteur. De rechtbank oordeelde anders en kende aftrek toe, maar het hof vernietigde dit oordeel.
Het hof stelde vast dat belanghebbende een debiteurenrisico liep dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen, waardoor sprake is van onzakelijke leningen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de Inspecteur geen onvoorwaardelijke toezegging had gedaan. Het incidentele hoger beroep over proceskosten werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond en vernietigt het vonnis van de rechtbank; het kwijtscheldingsverlies op de onzakelijke lening is niet aftrekbaar.