ECLI:NL:GHARN:2011:BR6965
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- V. van den Brink
- R.A. Dozy
- Ch.E. Bethlem
- Rechtspraak.nl
Geen misbruik van bevoegdheid door bank bij executie woning wegens betalingsachterstand
In deze civiele zaak stond centraal of de bank misbruik van bevoegdheid had gemaakt door haar recht op parate executie uit te oefenen en de woning van appellant openbaar te veilen vanwege een betalingsachterstand. Appellant had sinds 2002 regelmatig kleine betalingsachterstanden en was in verzuim gebleven ondanks meerdere aanmaningen en een betalingsregeling die niet volledig werd nagekomen.
Appellant stelde dat de achterstand gering was, hij onvoldoende op de hoogte was van de executie vanwege taalproblemen en dat de bank minder belastende alternatieven had moeten kiezen. Het hof oordeelde dat appellant bekend was met de betalingsachterstand en de consequenties van niet-betalen, en dat hij onvoldoende had toegelicht waarom hij niet betaalde. De bank had de woning geveild na uitgebreide pogingen tot regeling, waarbij een notaris was ingeschakeld.
Het hof concludeerde dat de bank naar redelijkheid tot uitoefening van haar executierecht had kunnen komen en dat geen sprake was van misbruik van bevoegdheid. De grieven van appellant faalden en het vonnis van de rechtbank Arnhem werd bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de bank geen misbruik van bevoegdheid heeft gemaakt bij de executie van de woning.