ECLI:NL:GHARN:2011:BR6498
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- P.L.R. Wefers Bettink
- E.B. Knottnerus
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over wijziging arbeidsovereenkomst en proeftijdverkorting
Partijen sloten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van één jaar met een proeftijd van één maand. Kort voor het einde van de proeftijd stelde de werkgever voor de overeenkomst om te zetten in een contract van zes maanden, wat de werknemer accepteerde. Na afloop van deze periode wilde de werkgever het contract niet verlengen, waarna de werknemer stelde dat de omzetting diende te worden gezien als een onrechtmatige verlenging van de proeftijd en vorderde doorbetaling van loon.
De kantonrechter oordeelde aanvankelijk in het voordeel van de werknemer, maar het hof vernietigde dit vonnis. Het hof overwoog dat partijen vrij zijn om de arbeidsovereenkomst te wijzigen, ook de duur daarvan, en dat er geen sprake was van een verboden proeftijdverlenging. Tevens was er geen sprake van ontoelaatbare druk op de werknemer om in te stemmen met de wijziging.
Daarom wees het hof de vordering van de werknemer af en veroordeelde hem in de kosten van het geding in eerste aanleg en hoger beroep. Dit arrest werd uitgesproken door de vijfde civiele kamer van het Gerechtshof Arnhem op 26 juli 2011.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer tot doorbetaling van loon worden afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd.