ECLI:NL:GHARN:2011:BR6291
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- G.P.M. van den Dungen
- M.G.W.M. Stienissen
- J.A. Jansens van Gellicum
- H.B.M. Duenk
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt niet-ontvankelijkheid en bekrachtigt pachtovereenkomst met beperkte bewijsopdracht
In deze civiele zaak tussen verpachters en pachters over beëindiging en ontbinding van pachtovereenkomsten heeft het Gerechtshof Arnhem op 31 mei 2011 uitspraak gedaan. De kern van het geschil betrof de vraag of de pacht per 1 november 2007 was geëindigd en of de pachtovereenkomsten ontbonden konden worden wegens tekortschietend betaalgedrag van de pachter.
Het hof verklaarde appellanten niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen tussenvonnissen waarbij een comparitie van partijen was bevolen, omdat daartegen geen hoger beroep openstond. Het tussenvonnis van 8 januari 2010 werd gedeeltelijk vernietigd voor zover het appellanten bewijs had opgedragen dat de pachter ook na 26 juni 2009 geen rechten meer op het gepachte kon doen gelden. Het eindvonnis van 1 oktober 2010 werd bekrachtigd.
Het hof oordeelde dat de verpachter niet had bewezen dat de pachter had ingestemd met de beëindiging van de pacht per 1 november 2007. Ook maakte het tekortschietend betaalgedrag van de pachter de ontbinding van de pachtovereenkomsten niet gerechtvaardigd, mede omdat de achterstallige bedragen uiteindelijk binnen een redelijke termijn waren voldaan. Appellanten werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart appellanten niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen bepaalde tussenvonnissen, vernietigt gedeeltelijk het tussenvonnis van 8 januari 2010 en bekrachtigt het eindvonnis van 1 oktober 2010.