ECLI:NL:GHARN:2011:BR4055
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating schuldsaneringsregeling na voortzetting horecaonderneming ondanks financiële problemen
Appellanten namen in 2003 een horecaonderneming over en zetten deze voort ondanks financiële problemen en gezondheidsproblemen binnen het gezin. De rechtbank wees hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af omdat zij meende dat appellanten onaanvaardbare risico's hadden genomen en niet te goeder trouw waren bij het aangaan van leningen.
In hoger beroep stelde het hof vast dat appellanten voorafgaand aan de overname wel degelijk een ondernemingsplan hadden en dat zij horeca-ervaring hadden. Verder was het verlies van het dienstverband van appellant1 en de ziekte van appellant2 belangrijke factoren die de financiële situatie beïnvloedden. Het hof vond dat appellanten niet te verwijten viel dat zij hun onderneming niet eerder hadden beëindigd.
Het hof concludeerde dat appellanten voldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij te goeder trouw waren ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak het de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit.
Uitkomst: Het gerechtshof heeft de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken en het vonnis van de rechtbank vernietigd.