ECLI:NL:GHARN:2011:BR0342
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G. Mintjes
- R. van den Heuvel
- E.H. Schulten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond verklaard tegen niet-vervolging wegens onvoldoende bewijs in discriminatie- en geweldszaken
Op 8 december 2010 diende een klaagschrift bij het gerechtshof Arnhem tegen de beslissing van de officier van justitie Utrecht om geen strafvervolging in te stellen tegen beklaagden. De klagers hadden meerdere aangiften gedaan van discriminatie, vernieling, bedreiging en openlijk geweld in Utrecht tussen augustus 2009 en juni 2010.
Het hof nam kennis van het dossier, het ambtsbericht van de hoofdofficier van justitie en het schriftelijk verslag van de advocaat-generaal. Tijdens de raadkamerzitting op 27 mei 2011 waren klagers en enkele beklaagden aanwezig, terwijl anderen niet verschenen. De advocaat-generaal concludeerde tot ongegrondheid van het beklag.
Het hof constateerde dat politie en justitie onvoldoende en niet voortvarend hadden opgetreden, waardoor het opsporingsonderzoek onvolledig was en niet meer te herstellen door het tijdsverloop. Klagers waren genoodzaakt hun woning te verkopen vanwege onveiligheid. Voorbeelden van gemiste kansen waren het nalaten van het horen van getuigen en het doen van technisch onderzoek.
Desondanks oordeelde het hof dat aanvullend onderzoek geen kans van slagen meer heeft en onvoldoende bewijs voor vervolging aanwezig is. Per aangifte werd gemotiveerd waarom een bevel tot vervolging niet zinvol is. Het hof wees het beklag af en bevestigde daarmee de beslissing van het openbaar ministerie.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af wegens onvoldoende bewijs en bevestigt de niet-vervolging van beklaagden.