ECLI:NL:GHARN:2011:BR0120

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
1 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
21-001639-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14h SrArt. 14i SrArt. 14j Sr
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf wegens administratieve vergissing bijzondere voorwaarde

Het gerechtshof Arnhem heeft op 1 juli 2011 uitspraak gedaan in hoger beroep over een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf. De straf was eerder opgelegd bij een onherroepelijk arrest van 29 oktober 2010, waarbij een gevangenisstraf van 14 maanden werd opgelegd, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.

De bijzondere voorwaarde hield in dat verdachte zich gedurende de proeftijd onder toezicht van de reclassering moest stellen en zich diende te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van deze instelling. Door een administratieve vergissing bij het hof was in het extractarrest een aanvullende verplichting opgenomen dat verdachte zich moest laten opnemen in Hoeve Boschoord ter behandeling, terwijl deze verplichting niet in het originele arrest stond.

Tactus Verslavingszorg had geadviseerd dat verdachte niet had meegewerkt aan opname in Hoeve Boschoord, wat aanleiding gaf tot de vordering tot tenuitvoerlegging. Het hof oordeelde echter dat deze opnameverplichting niet als bijzondere voorwaarde was vastgesteld in het originele arrest en dat van overtreding van de overige voorwaarden niet was gebleken. Daarom wees het hof de vordering tot tenuitvoerlegging af.

De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de advocaat-generaal, de veroordeelde en zijn raadsman, en griffier. Het hof baseerde zich op de artikelen 14h, 14i en 14j van het Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf is afgewezen wegens administratieve vergissing over de bijzondere voorwaarde.

Uitspraak

Sector strafrecht
Parketnummer: 21-001639-09
Beslissing op de vordering van de advocaat-generaal van 28 april 2011, ertoe strekkende dat het gerechtshof een last tot tenuitvoerlegging zal geven van de voorwaardelijke straf, welke straf is opgelegd bij een onherroepelijk geworden arrest van dit hof van 29 oktober 2010 waarbij
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [woonplaats, adres],
thans uit anderen hoofde verblijvende in PI [x],
is veroordeeld tot – voor zover van belang – een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd zich stelt onder het toezicht van de reclassering (van het Leger des Heils) te Zwolle en zich gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen, door deze instelling te geven in het reclasseringsbelang van verdachte.
Het hof heeft gelet op voormeld arrest, alsmede op het advies tenuitvoerlegging van Tactus Verslavingszorg d.d. 21 april 2011.
Het hof heeft voorts gelet op het onderzoek van de zaak ter openbare terechtzitting van
17 juni 2011, waarbij zijn gehoord de advocaat-generaal en de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman, mr J.D. Onland advocaat te Oldenzaal.
Bij het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat door een administratieve vergissing bij het hof in het extractarrest een andere bijzondere voorwaarde is geformuleerd dan in het originele arrest. In zowel het extract- als in het originele arrest is opgenomen dat verdachte ‘zich gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen door de reclasseringsinstelling te geven in het reclasseringsbelang van verdachte’. In het extract is vervolgens opgenomen ‘ook indien dit inhoudt dat verdachte zich ter behandeling zal laten opnemen en zal verblijven in Hoeve Boschoord’, hetgeen niet is opgenomen in het originele arrest.
Blijkens het advies tenuitvoerlegging van Tactus Verslavingszorg van 21 april 2011 heeft verdachte niet meegewerkt aan opname in Hoeve Boschoord ter behandeling, hetgeen heeft geleid tot de vordering tenuitvoerlegging wegens overtreding van de bijzondere voorwaarde. Nu deze verplichting tot opname in Hoeve Boschoord ter behandeling niet als voorwaarde in het originele arrest is opgenomen en van overtreding van de bijzondere voorwaarde voor het overige niet is gebleken zal het hof de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen.
Het hof heeft gelet op de artikelen 14h, 14i en 14j van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Wijst af de vordering van de advocaat-generaal van 28 april 2011.
Aldus gedaan door
mr A.E. Harteveld, voorzitter,
mr R.W. van Zuijlen en mr J.H.M. Zwinkels, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr M. Vodegel-Irausquin, griffier,
en op 1 juli 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.