ECLI:NL:GHARN:2011:BQ8569
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P. Greve
- L.T. Wemes
- G. Dam
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof veroordeelt verdachte voor verduistering geldbedrag van BV tot geldboete
Het Gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad inzake verduistering door verdachte van een geldbedrag van €20.000,- toebehorende aan een BV die in staat van faillissement verkeerde. Verdachte, directeur van een BV en bestuurder van een andere BV, had het geldbedrag ontvangen van een werknemer van de failliete BV en gebruikte dit deels voor andere vennootschappen, zonder verwerking in de administratie van de failliete BV.
Na onderzoek en beoordeling van het bewijs oordeelde het hof dat het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen, waardoor verdachte daarvan werd vrijgesproken. Het hof verklaarde echter het meer subsidiair ten laste gelegde, namelijk verduistering van het geldbedrag, wel wettig bewezen en strafbaar.
Het hof overwoog dat verdachte financiële motieven had voor de verduistering en dat een geldboete passend was. Gezien de lange duur van de procedure, waarbij de behandeling in eerste aanleg bijna vijf maanden te laat was, werd de boete met 5% verlaagd tot €4.750,-. Bij niet-betaling geldt een vervangende hechtenis van 56 dagen.
De beslissing van het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht, waarbij verdachte werd veroordeeld tot de genoemde geldboete voor verduistering. Het verzoek van verdachte om betaling in termijnen werd afgewezen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €4.750,- wegens verduistering van €20.000,- van een BV.