ECLI:NL:GHARN:2011:BQ8568
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P. Greve
- L.T. Wemes
- G. Dam
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep verduistering en bedrieglijke bankbreuk door feitelijk leidinggevende BV's
Verdachte werd in hoger beroep vervolgd wegens verduistering van geldbedragen en motorrijtuigen, alsmede het niet naleven van administratieve verplichtingen van twee failliete besloten vennootschappen waarvan hij feitelijk leiding gaf. De rechtbank had verdachte veroordeeld, maar het hof vernietigde dit vonnis en sprak verdachte vrij van medeplegen en bestuurdersaansprakelijkheid, omdat hij geen formeel bestuurder was van de BV's.
Het hof achtte bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan verduistering van meerdere geldbedragen en voertuigen die toebehoorden aan de failliete BV's, en dat hij feitelijk leiding gaf aan het niet voeren van een administratie, waardoor schuldeisers in hun rechten werden verkort. Verdachte had geen boekhouding gevoerd en beschikte over de middelen om dit te doen, maar deed dit niet.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van de feiten, de persoonlijke situatie van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn. Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar op, een geldboete van €9.000 en een werkstraf van 108 uur. De straf werd verminderd vanwege de termijnoverschrijding.
Het arrest werd gewezen na terechtzittingen in januari en juni 2011 en bevat een uitgebreide bewijsvoering gebaseerd op verklaringen, kwitanties en curatorverklaringen. Verdachte werd vrijgesproken van de meer primaire tenlasteleggingen, maar veroordeeld voor de meer subsidiaire feiten.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, een geldboete van €9.000 en een werkstraf van 108 uur wegens verduistering en bedrieglijke bankbreuk.