ECLI:NL:GHARN:2011:BQ8563
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G. Dam
- L.T. Wemes
- P. Greve
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verblijf als ongewenste vreemdeling in Nederland
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 29 oktober 2009 in Nederland verbleef terwijl hij wist dat hij tot ongewenste vreemdeling was verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.
Het hof achtte wettig bewezen dat verdachte wist van zijn status als ongewenste vreemdeling en dat hij op die datum nog steeds in Nederland verbleef. Verdachte voerde verweer dat hij buiten zijn schuld niet in het bezit kon komen van reisdocumenten, maar het hof oordeelde dat verdachte niet alles in het werk had gesteld om Nederland te verlaten. De overheid had uiteindelijk wel reispapieren weten te verkrijgen en verdachte had Nederland verlaten.
Het hof verwierp het verweer dat pogingen van verdachte kansloos waren en benadrukte dat verdachte passief was gebleven. De strafoplegging werd gebaseerd op de richtlijnen voor overtreding van artikel 197 Sr Pro, waarbij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden passend werd geacht. Het hof veroordeelde verdachte tot deze straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens verblijf als ongewenste vreemdeling.