ECLI:NL:GHARN:2011:BQ7155
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling valsheid in geschrift met betrekking tot uitkeringsaanvragen
Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor meermalen gepleegde valsheid in geschrift in de periode van 11 september 2003 tot en met 30 december 2004. Hij had op formulieren van het Centrum voor Werk en Inkomen en de afdeling Maatschappelijke Diensten van een gemeente onjuiste gegevens verstrekt over werkzaamheden en inkomsten, met het oogmerk deze formulieren als echt te gebruiken.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Het bewijs bestond uit de formulieren voorzien van de handtekening van verdachte waarop niet alle werkzaamheden en inkomsten waren vermeld. Verdachte werd strafbaar verklaard omdat geen omstandigheden waren die zijn strafbaarheid uitsloten.
Gelet op de ernst van het feit, de aard van de valsheid en de eerdere veroordelingen van verdachte, legde het hof een werkstraf van 180 uren op, met een vervangende hechtenis van 90 dagen bij niet-nakoming. De straf was passend gelet op de omstandigheden en de persoon van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 180 uren, met vervangende hechtenis van 90 dagen.