ECLI:NL:GHARN:2011:BQ6472

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
26 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000436-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14g SrArt. 33 SrArt. 33a SrArt. 45 SrArt. 57 Sr
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling woninginbraak en poging tot woninginbraak tot negen maanden gevangenisstraf

Het gerechtshof Arnhem heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad waarin verdachte werd veroordeeld voor woninginbraak en poging tot woninginbraak. Het hof heeft het vonnis grotendeels bevestigd, maar vernietigde het gedeelte over de opgelegde gevangenisstraf en legde een hogere straf op van negen maanden gevangenisstraf.

De bewezenverklaring betreft een woninginbraak waarbij sprake was van forse braaksporen en een poging tot diefstal waarbij verdachte op heterdaad werd betrapt terwijl hij met een schroevendraaier tussen het raamkozijn en de sponning stond te wrikken. Het hof stelde vast dat de modus operandi van beide feiten sterk overeenkwam, wat het bewijs versterkte.

Bij de strafoplegging nam het hof de ernst van de feiten, de inbreuk op het eigendomsrecht en de privacy van de slachtoffers, en het strafrechtelijk verleden van verdachte mee. Gezien zijn eerdere veroordelingen voor woninginbraken achtte het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden passend en noodzakelijk, hoger dan de zes maanden die de advocaat-generaal had gevorderd en de straf die de rechtbank oplegde.

De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht zal in mindering worden gebracht op de opgelegde straf. Het hof bevestigde het vonnis voor het overige en paste de wettelijke artikelen toe zoals die golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf voor woninginbraak en poging daartoe.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem,
nevenzittingsplaats Leeuwarden
Sector strafrecht
Parketnummer: 24-000436-11
Parketnummers eerste aanleg: 07-660351-10 en 07-660169-10 (tul)
Uitspraak d.d.: 26 mei 2011
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 18 februari 2011 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 07-660169-10, in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1968],
niet ingeschreven in de Gemeentelijke Basis Administratie,
thans verblijvende in [verblijfplaats].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van feit 1 primair en 2 tot een gevangenisstraf van zes maanden met aftrek van voorarrest, tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van een maand, verbeurdverklaring van de schroevendraaiers en de lamp en teruggave aan verdachte van de halsketting. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. R. Veerkamp, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof is van oordeel dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom dient het vonnis waarvan beroep met overneming en aanvulling van die gronden te worden bevestigd, behalve voor zover het betreft de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf. Gezien het vorenstaande zal het hof het vonnis waarvan beroep in zoverre vernietigen.
Aanvullende overweging omtrent het bewijs ten aanzien van feit 1
Het hof constateert ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde diefstal een daarmee sterk overeenstemmende modus operandi als de bij de onder 2 ten laste gelegde poging tot diefstal. Bij voornoemde diefstal was er sprake van forse braaksporen, waaruit bleek dat de dader met een stuk gereedschap, vermoedelijk een schroevendraaier, tussen de sponning en de deur had gewrikt teneinde die te openen en zichzelf hierdoor de toegang tot de woning te verschaffen. Ten aanzien van voornoemde poging tot diefstal werd verdachte op heterdaad betrapt door twee politieambtenaren toen hij met een schroevendraaier tussen het raamkozijn en de sponning stond te wrikken.
In samenhang met de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de bewijsmotivering in het vonnis van de rechtbank acht het hof op grond van voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 ten laste gelegde diefstal met braak.
Oplegging van straf en/of maatregel
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan woninginbraak en een poging daartoe. Verdachte heeft aldus inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de slachtoffers. Woninginbraken, en ook pogingen daartoe, veroorzaken veel onrust en overlast voor de bewoners. Bovendien heeft verdachte door het plegen van deze feiten een ernstige inbreuk gemaakt op de privacy van de slachtoffers.
Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 18 maart 2011 (omvattende 16 pagina's) - vele malen eerder is veroordeeld voor (woning)inbraken, onder meer tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen.
Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel, dat oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur passend en noodzakelijk is. Het hof zal verdachte derhalve een gevangenisstraf opleggen van negen maanden. Dit is hoger dan de door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf (zes maanden). Het hof acht de door de rechtbank opgelegde straf echter - gelet op het strafrechtelijke verleden van verdachte - onvoldoende recht doen aan de ernst van de feiten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 33, 33a, 45, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.
Bepaalt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, en/of artikel 27a Sr bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Aldus gewezen door
mr. A.J. Rietveld, voorzitter,
mr. K.J. van Dijk, en mr. W. Foppen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen, griffier,
en op 26 mei 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.