ECLI:NL:GHARN:2011:BQ6219
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vader tot wijziging verblijfplaats kinderen bij machtiging uithuisplaatsing
De vader heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de kinderrechter die de termijn van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van zijn kinderen heeft verlengd. Hij verzocht het hof om de beschikking te vernietigen en te bepalen dat de kinderen bij hem worden geplaatst.
Het hof constateert dat de vader en moeder gezamenlijk het gezag over de kinderen hebben en dat de kinderen momenteel in een pleeggezin verblijven. De vader wenst de opvoeding en verzorging van de kinderen op zich te nemen en wil dat de kinderen bij hem komen wonen.
Het hof overweegt dat de wet niet toestaat dat de rechter binnen de machtiging tot uithuisplaatsing bepaalt waar de kinderen verblijven. Ook is de vader niet bevoegd om een nieuwe machtiging tot uithuisplaatsing aan te vragen, aangezien deze bevoegdheid exclusief bij Bureau Jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming en het openbaar ministerie ligt.
Daarom wijst het hof het verzoek van de vader af voor zover hij wijziging van de verblijfplaats binnen de bestaande machtiging wenst en verklaart hem niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot het verkrijgen van een nieuwe machtiging tot uithuisplaatsing.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader af en verklaart hem niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot een nieuwe machtiging tot uithuisplaatsing.