ECLI:NL:GHARN:2011:BQ5765
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Erkenning en wijziging ouderlijk gezag na verhuizing en internationale procedure
De zaak betreft meerdere hoger beroepsprocedures over erkenning van een in de Verenigde Staten genomen beslissing omtrent het ouderlijk gezag over een minderjarige, die met toestemming van de vader vanuit de VS naar Nederland verhuisde. De vader verzocht erkenning van een Amerikaanse beschikking die hem het eenhoofdig gezag gaf, terwijl de moeder in Nederland het gezag wilde behouden.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is. De Amerikaanse rechter was internationaal niet bevoegd, waardoor de Amerikaanse beslissing niet erkend wordt in Nederland. De vader werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen een beschikking waarbij de Nederlandse rechtbank zich relatief onbevoegd had verklaard.
Verder bekrachtigde het hof de beschikking van de rechtbank Arnhem die het gezamenlijk gezag beëindigde en het eenhoofdig gezag aan de moeder toekende. Vanwege ernstige communicatieproblemen en onduidelijkheden over mishandeling en de praktische haalbaarheid van gezamenlijk gezag, besloot het hof de zaak aan te houden en de Raad voor de Kinderbescherming te verzoeken een onderzoek te doen naar de wenselijkheid en mogelijkheid van gezamenlijk gezag, met een rapportage uiterlijk 1 december 2011.
Uitkomst: Vader niet-ontvankelijk in hoger beroep, Nederlandse beschikkingen bekrachtigd, zaak aangehouden voor nader onderzoek naar gezamenlijk gezag.