ECLI:NL:GHARN:2011:BQ5175
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.D.S.L. Bosch
- R. Feunekes
- G.K. Schipmölder
- Rechtspraak.nl
Wijziging hoofdverblijf van zoon naar vader wegens niet meewerken moeder aan contact en hulpverlening
De zaak betreft een geschil over de hoofdverblijfplaats van een minderjarige zoon, geboren in 2001, tussen de ouders die gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben. Na beëindiging van de samenwoning in 2003 is het hoofdverblijf aanvankelijk bij de moeder geweest. De rechtbank heeft in december 2009 het hoofdverblijf bij de vader bepaald en de omgangsregeling tussen vader en zoon beëindigd.
De moeder stelde in hoger beroep dat zij niet weigerachtig was ten aanzien van omgang en dat de rechtbank onvoldoende had onderzocht of alle omgangsmogelijkheden waren uitgeput. Zij voerde aan dat de wijziging ingrijpend was en dat zij niet tekort was geschoten in haar verzorgende taken. De vader betwistte deze stellingen en stelde dat de moeder de contacten frustreerde en tekortschiet in haar opvoeding. De Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg ondersteunden het standpunt van de vader.
Het hof constateerde dat de moeder niet in het belang van het kind handelde door niet mee te werken aan contact met de vader en hulpverlening. De moeder was veeleisend en hield gesprekken en post tegen, wat zorgwekkend was. Het hof bevestigde dat het kind sinds de wijziging goed functioneert bij de vader, die openstaat voor hulpverlening. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd, waarmee het hoofdverblijf van de zoon bij de vader blijft.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de wijziging van het hoofdverblijf van de zoon bij de vader wegens het niet meewerken van de moeder aan contact en hulpverlening.