ECLI:NL:GHARN:2011:BQ2777
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.H.H.A. Moes
- H. van Loo
- A.J.H. Blaisse-Ozinga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing kinderen afgewezen
In deze zaak stond de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen centraal, voortvloeiend uit een incident op school waarbij de oudste het jongere kind sloeg. De Raad voor de Kinderbescherming had de kinderen onder toezicht gesteld en uithuisplaatsing gelast, mede vanwege gedragsproblemen en zorgen over de opvoedingssituatie.
De vader, belast met het gezag over de kinderen, ging in hoger beroep tegen deze maatregelen. Tijdens de behandeling bleek dat ondanks eerdere ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, de situatie van de kinderen niet was verbeterd. De kinderen wilden alleen bij de ex-partner van de vader verblijven, die hen weinig structuur bood. De gedragsproblemen van de oudste werden erkend, maar de vader had hulpverlening ingeschakeld en stond deze niet in de weg.
Het hof oordeelde dat onvoldoende was gebleken dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk waren. Er was geen bewijs dat de vader niet in staat was een veilig en stabiel opvoedingsklimaat te bieden of dat vrijwillige hulpverlening had gefaald of zou falen. Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking voor het deel dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing betrof en wees het verzoek van de Raad af, terwijl de rest van de beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de Raad tot voortzetting van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing af wegens onvoldoende gronden.