ECLI:NL:GHARN:2011:BQ2743
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Meijer-Campfens
- Lahuis
- Dolfing
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs uitkeringsfraude en valsheid in geschrift
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor uitkeringsfraude en valsheid in geschrift. In hoger beroep vernietigde het hof dit vonnis en sprak verdachte vrij.
Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte en zijn medeverdachte inkomsten hadden genoten in de relevante periode. Ook was niet overtuigend vastgesteld dat verdachte bewust naliet gegevens te verstrekken die van belang waren voor de bijstandsuitkering.
Het hof nam mee dat verdachte analfabeet is en zijn werkzaamheden bij het sloopbedrijf van zijn neef vooral dienden als sociale dagbesteding. Er was geen bewijs dat verdachte of zijn echtgenote wisten dat deze werkzaamheden van invloed waren op hun uitkering.
De bestuursrechter had eerder geoordeeld dat de werkzaamheden als op geld waardeerbaar konden worden aangemerkt, maar het strafrechtelijke verwijt richtte zich op het bewust niet opgeven van inkomsten en nalaten van gegevensverstrekking. Dit werd niet bewezen geacht.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van uitkeringsfraude en valsheid in geschrift wegens onvoldoende bewijs.