ECLI:NL:GHARN:2011:BQ1019
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G.M. Meijer-Campfens
- J.A.A.M. van Veen
- H.K. Elzinga
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van kennis rijontzegging bij besturen brommobiel
Verdachte werd ervan verdacht op 2 juli 2009 een brommobiel te hebben bestuurd terwijl hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd. Deze ontzegging was hem ruim negen jaar eerder opgelegd en op 26 maart 2002 in persoon betekend. De ontzegging zou oorspronkelijk zijn geëindigd op 30 januari 2009, maar door detentieperiodes was de looptijd verlengd tot 25 oktober 2010.
De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf van een maand, stellende dat verdachte wist of redelijkerwijs had moeten weten van het verbod. Verdachte stelde dat hij bij zijn aanhouding in de veronderstelling verkeerde dat de ontzegging was beëindigd en dat hij bezig was met het behalen van een rijbewijs.
Het hof constateerde dat de advocaat-generaal niet volledig had voldaan aan de gevraagde nadere informatie over de duur en aanvang van de ontzegging en detentieperiodes. Tevens kon niet worden vastgesteld of de mededeling over de verlenging van de ontzegging verdachte daadwerkelijk had bereikt.
Gelet op deze onzekerheden achtte het hof niet overtuigend bewezen dat verdachte wist of redelijkerwijs had moeten weten dat hij de brommobiel niet mocht besturen. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet overtuigend is vastgesteld dat hij wist of redelijkerwijs had moeten weten van de geldende rijontzegging.