ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0605
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting wegens schending administratieplicht en dienstbetrekking Hongaarse rietdekkers
Belanghebbende exploiteerde een rietdekkersbedrijf en maakte in 2001 en 2002 gebruik van Hongaarse rietdekkers. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting op wegens het niet voldoen aan de administratieplicht en het aannemen van werknemers in dienstbetrekking. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de werkzaamheden waren uitbesteed aan een Hongaarse onderneming, G kft., die de werknemers in dienst had.
De Rechtbank verklaarde het beroep tegen de naheffingsaanslag ongegrond en vernietigde de boetebeschikking. In hoger beroep bevestigde het Hof deze beslissing. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet had voldaan aan de administratieplicht, waardoor omkering van de bewijslast plaatsvond. De Inspecteur mocht aannemen dat de Hongaarse rietdekkers werknemers in dienstbetrekking waren en dat de bedragen geboekt als 'werk door derden' nettoloon betroffen.
Belanghebbende kon niet aantonen dat hij geen werknemers in dienst had, noch dat de betalingen aan G kft. geen loon betroffen. Ook de 183-dagenregeling werd verworpen omdat belanghebbende als Nederlandse werkgever werd aangemerkt. Het anoniementarief was terecht toegepast vanwege het niet vaststellen van de identiteit van werknemers. Het Hof bevestigde de uitspraak van de Rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.