ECLI:NL:GHARN:2011:BP8416
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting bij ruilverkavelingsovereenkomst bevestigd ondanks gebruiksvoorbehoud
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de toepassing van de vrijstelling van overdrachtsbelasting op grond van een ruilverkavelingsovereenkomst centraal. Belanghebbende, een vennootschap onder firma, verkreeg grond via een ruilverkavelingsovereenkomst die was goedgekeurd door de Dienst Landelijk Gebied (DLG). De Inspecteur stelde echter dat de vrijstelling niet van toepassing was vanwege het gebruiksvoorbehoud van verkopers, waardoor geen sprake zou zijn van een geldige ruilverkaveling.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting vernietigd. De Inspecteur stelde hoger beroep in, maar het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het hof oordeelde dat het gebruiksvoorbehoud geen beletsel vormt voor toepassing van de vrijstelling en dat de goedkeuring van de DLG leidend is voor de kwalificatie als ruilverkaveling.
Daarnaast stelde het hof vast dat de Inspecteur geen zelfstandige grond had om de naheffingsaanslag op te leggen op basis van het niet overleggen van koopovereenkomsten. Ook het beroep op gewekt vertrouwen door belanghebbende werd door het hof aanvaard. Het hoger beroep van de Inspecteur werd daarom ongegrond verklaard en belanghebbende werd in de proceskosten van het hoger beroep veroordeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting blijft vernietigd.