ECLI:NL:GHARN:2011:BP6984
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken rechtmatige uitoefening van bediening bij aanhouding
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte zich met geweld had verzet tegen een rechtmatige aanhouding door een politieambtenaar. Verdachte werd aangehouden omdat hij aanvankelijk weigerde een identiteitsbewijs te tonen, maar later bleek dat hij dit bewijs wel bij zich had en dit ook aan de politie werd getoond.
Het hof oordeelde dat verdachte op het moment van aanhouding al had voldaan aan de wettelijke verplichting om een identiteitsbewijs te tonen zoals bedoeld in artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht. Hierdoor was de aanhouding niet meer rechtmatig en konden de politieambtenaren niet meer in de rechtmatige uitoefening van hun bediening handelen.
Op grond van deze overwegingen vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde verzet tegen een opsporingsambtenaar. De bewijsbeslissing was dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend was bewezen.
Het arrest werd uitgesproken door het gerechtshof Arnhem op 4 maart 2011 na behandeling van het hoger beroep tegen het vonnis van 22 juni 2010 van de politierechter in Utrecht.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat de politie niet rechtmatig handelde bij zijn aanhouding.