ECLI:NL:GHARN:2011:BP6960
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- R. de Groot
- J.A. Coster van Voorhout
- M.J. Stolwerk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bedrieglijke bankbreuk en niet voeren administratie door bestuurder failliete vennootschappen
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens bedrieglijke bankbreuk en het niet voeren van een juiste administratie bij drie failliete vennootschappen. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in. Het hof vernietigde het vonnis om proceseconomische redenen en deed opnieuw recht.
Uit het onderzoek bleek dat verdachte als bestuurder van drie BV's, die op 24 december 2003 failliet werden verklaard, handelingen heeft verricht die de rechten van schuldeisers bedrieglijk hebben verkort. Dit betrof onder meer het onttrekken van trucks en geld aan de boedel en het nalaten van het voeren van een deugdelijke administratie. De verdachte gaf feitelijke leiding aan deze verboden gedragingen.
De verdediging voerde onder meer aan dat de tenlastelegging onvoldoende specifiek was en dat bepaalde bewijzen, zoals een getuigenverklaring, niet mochten worden gebruikt. Het hof verwierp deze verweren en achtte de tenlastelegging en het bewijs voldoende duidelijk en overtuigend. Hoewel de feiten ernstig zijn en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zouden kunnen rechtvaardigen, legde het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden op met een proeftijd van twee jaar, gecombineerd met een werkstraf van 180 uur, mede vanwege de ouderdom van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een werkstraf van 180 uur wegens bedrieglijke bankbreuk en het niet voeren van een administratie.