ECLI:NL:GHARN:2011:BP5779
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake correctie kasstortingen en vergrijpboete inkomstenbelasting 2003
Belanghebbende voerde een eenmanszaak en kreeg voor het jaar 2003 een navorderingsaanslag opgelegd wegens onverklaarde kasstortingen van circa €19.000, die door de Inspecteur als niet verantwoordde omzet werden aangemerkt. De kasadministratie voldeed niet aan de wettelijke eisen, met diverse tekortkomingen en onregelmatigheden in de verwerking van kasbetalingen.
De Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, maar het Gerechtshof vernietigde deze uitspraak. Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de kasstortingen afkomstig waren uit privé-opnamen of de verkoop van inboedel van zijn overleden schoonvader. De verklaringen waren wisselend en onvoldoende onderbouwd.
Het Hof stelde vast dat de Inspecteur terecht uitging van omkering en verzwaring van de bewijslast en dat de correctie op de winst met €3.789 moest worden verminderd vanwege een te hoge omzetcorrectie en de omzetbelastingcomponent. De vergrijpboete van 50% werd bevestigd wegens voorwaardelijk opzet van belanghebbende. Tevens werden proceskosten en griffierechten toegewezen.
Uitkomst: Het Gerechtshof vermindert de navorderingsaanslag en vergrijpboete en vernietigt de uitspraak van de Rechtbank.