ECLI:NL:GHARN:2010:BQ3990
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van rekening en verantwoording curator en wisseling van curator bij curatele
In deze civiele zaak staat centraal de afwikkeling van het curatelebewind over curanda, waarbij appellant als eerste curator is opgevolgd door geïntimeerde. Het geschil betreft de rechtmatigheid van door appellant ingediende declaraties en de vraag of de toezichthoudend kantonrechter décharge kan verlenen.
Het hof oordeelt dat décharge slechts kan worden verleend door de opvolgend curator na het afleggen van rekening en verantwoording, conform de artikelen 1:372 e.v. BW. Het enkel voor gezien tekenen door de kantonrechter betekent geen décharge. De door appellant gemaakte en gedeclareerde kosten worden kritisch beoordeeld, waarbij een deel van de uren en kosten niet als voldoende verantwoord wordt geacht en dient te worden terugbetaald.
De vordering van appellant tot vergoeding van kosten curatele wordt afgewezen omdat de advocaatkosten als proceskosten worden aangemerkt en niet ten laste van de boedel komen. Het incidenteel hoger beroep van geïntimeerde wordt verworpen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, met enkele correcties in de veroordelingen en toewijzingen, en veroordeelt partijen in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank met correcties en veroordeelt appellant tot betaling van circa €1.999 aan geïntimeerde, met terugbetaling door geïntimeerde van teveel betaalde bedragen.