ECLI:NL:GHARN:2010:BP0660
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ondertoezichtstelling van stateloze minderjarige kinderen uit Roma-gemeenschap
De moeder, behorend tot de Roma-gemeenschap, verzocht het gerechtshof Arnhem om haar vier minderjarige kinderen onder toezicht te stellen vanwege hun stateloze status en de dreiging van gedwongen vertrek uit hun woning in Almere en mogelijk uit Nederland. De kinderen zijn geboren in Chicago, maar zonder registratie, waardoor zij geen identiteitspapieren bezitten. Het gezin verblijft sinds 1999 in Nederland en maakt gebruik van gemeentelijke noodopvang.
De moeder stelde dat de dreiging van uitzetting en de beëindiging van de noodopvang een onzekere en stressvolle situatie voor de kinderen creëert, wat hun ontwikkeling bedreigt. Tevens noemde zij psychische en financiële problemen binnen het gezin. Ter onderbouwing werden verklaringen van leerkrachten en een brief van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling overgelegd.
Het hof beoordeelde op grond van artikel 1:254 BW Pro of de kinderen zodanig opgroeien dat hun zedelijke of geestelijke belangen of gezondheid ernstig worden bedreigd en of andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of naar verwachting zullen falen. Uit de stukken en de zitting bleek onvoldoende grond voor ondertoezichtstelling. De moeder had tijdig hulp ingeschakeld en zou dat blijven doen. De vrees voor gedwongen vertrek kon niet worden weggenomen door een ondertoezichtstelling.
Het hof bevestigde dat ook niet rechtmatig in Nederland verblijvende minderjarigen aanspraak hebben op jeugdhulp. De raad was opgeroepen maar niet verschenen, en het hof zag geen noodzaak tot nader onderzoek. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en het verzoek tot ondertoezichtstelling afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling van de vier minderjarige kinderen wordt afgewezen wegens onvoldoende gronden.