ECLI:NL:GHARN:2010:BO9121
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlengingsverzoek pachtovereenkomsten na belangenafweging en vaststelling ontruimingstermijn
In deze zaak stond de verlenging van twee pachtovereenkomsten centraal, waarbij de pachter verzocht om verlenging en de verpachters dit betwistten. De pachtovereenkomsten betroffen landbouwgrond en een boerderij, oorspronkelijk afgesloten in de jaren 70 en voortgezet na overlijden van de oorspronkelijke verpachter.
De rechtbank had het verzoek tot verlenging van één overeenkomst toegewezen en het andere afgewezen. In hoger beroep werd overwogen dat het geschil moest worden beoordeeld naar het oude recht, de Pachtwet, vanwege de lopende procedure bij de inwerkingtreding van het nieuwe recht.
Het hof oordeelde dat de pachter geen wezenlijk belang had bij voortzetting van de pacht, mede gelet op het beperkte ondernemingsrendement en het niet herinvesteren van opbrengsten uit het melkquotum. De billijkheid bracht mee dat verlenging achterwege moest blijven. De eerdere toewijzing werd vernietigd en het verzoek alsnog afgewezen. Het hof stelde een ontruimingstermijn vast en compenseerde de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Het hof wijst het verlengingsverzoek van de pachtovereenkomsten af en stelt ontruimingstermijnen vast.