ECLI:NL:GHARN:2010:BO8406
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.A.W. Lensing
- J.I.M.W. Bartelds
- P.H.A.J. Cremers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mensenhandel en deelname criminele organisatie na bewijswaardering en vormverzuimen
Het gerechtshof Arnhem heeft het vonnis van de rechtbank Utrecht vernietigd en doet opnieuw recht in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van mensenhandel, mishandeling en deelname aan een criminele organisatie. Het hof verklaart verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.
Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat er ernstige vormverzuimen zijn begaan met betrekking tot het opnemen en niet tijdig vernietigen van 106 geheimhoudersgesprekken, wat het vertrouwelijke communicatiebelang heeft geschaad. Desondanks acht het hof dit verzuim niet zo ernstig dat het leidt tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, maar wel tot strafvermindering bij bewezenverklaring.
De verdediging voerde onder meer aan dat de Nederlandse rechtsmacht niet van toepassing was op feiten die in België waren gepleegd, maar het hof verwierp dit verweer deels. Verder werden de verklaringen van slachtoffers en getuigen kritisch beoordeeld, waarbij het hof concludeerde dat onvoldoende steunbewijs aanwezig was om de beschuldigingen te staven.
De vordering tot schadevergoeding van een benadeelde partij wordt afgewezen omdat verdachte niet schuldig is bevonden. Het hof benadrukt dat het dossier een groot aantal getapte gesprekken bevatte, maar dat het niet aannemelijk is dat de geheimhoudersgesprekken zijn gebruikt voor sturing van het onderzoek. Het vonnis is uitgesproken door drie raadsheren op 20 december 2010.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.