ECLI:NL:GHARN:2010:BO8377
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.H.M. Boekhorst Carrillo
- A.G. Coumans
- R. de Groot
- Rechtspraak.nl
Matiging ontnemingsbedrag wegens schending aankondigingsvereiste ontnemingsvordering
De veroordeelde stelde in hoger beroep dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, omdat de ontnemingsprocedure niet conform artikel 311 Sv Pro was aangekondigd. Het hof stelde vast dat onvoldoende bewijs bestond dat de aankondiging bij de politierechter had plaatsgevonden, waardoor sprake was van schending van artikel 311 Sv Pro.
Desondanks oordeelde het hof dat deze schending niet ernstig genoeg was om het OM niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de veroordeelde voldoende gelegenheid had gehad om verweer te voeren. Wel matigde het hof het ontnemingsbedrag met circa vijf procent.
De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel was gebaseerd op een weedplantage van 124 planten, vijf oogsten, en een opbrengst van anderhalve kilo per oogst, conform de verklaring van de veroordeelde en het BOOM-rapport. Na aftrek van kosten stelde het hof het voordeel vast op €11.100 en legde de betalingsverplichting aan de Staat vast op €10.500.
Het arrest vernietigt het eerdere vonnis en doet opnieuw recht, waarbij het OM ontvankelijk wordt verklaard en het ontnemingsbedrag wordt gematigd vanwege de procedurele schending.
Uitkomst: Het hof verklaart het OM ontvankelijk en legt een ontnemingsbedrag van €10.500 op aan de veroordeelde.