ECLI:NL:GHARN:2010:BO8223
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G. Mintjes
- J.I.M.W. Bartelds
- G.C. Gillissen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling wegens late indiening
Het gerechtshof Arnhem behandelde op 22 december 2010 een vordering van het openbaar ministerie om de vervroegde invrijheidstelling van een veroordeelde achterwege te laten. De veroordeelde had zich onttrokken aan de tenuitvoerlegging van zijn straf en stond sindsdien geregistreerd in het opsporingssysteem. Hoewel de vordering tijdig was ingediend volgens de uiterlijke termijn, was deze niet onverwijld ingediend zoals voorgeschreven in het oude Wetboek van Strafrecht.
Het hof stelde vast dat de veroordeelde zich niet in een extra, uitgebreid of normaal beveiligde inrichting bevond en er geen sprake was van geweld of dreiging. De vordering was daarmee in strijd met de beleidsregels die bepalen dat bij onttrekking aan de tenuitvoerlegging doorgaans geen vordering tot het achterwege laten van vervroegde invrijheidstelling wordt ingediend.
De advocaat-generaal voerde aan dat de ernst van de feiten en het strafrestant een afwijking van de beleidsregels rechtvaardigen, en dat de vordering onverwijld was ingediend na een gebruikelijk opsporingstraject. De raadsman betwistte dit en stelde primair niet-ontvankelijkheid. Het hof oordeelde dat het uitstel van indiening niet gerechtvaardigd was door het opsporingstraject en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot het achterwege laten van vervroegde invrijheidstelling wegens niet-onverwijld indienen.