ECLI:NL:GHARN:2010:BO8088
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- R. van den Heuvel
- I.A. Katz-Soeterboek
- J.P.M. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling doorbrekingsgronden appelverbod wrakingskamer faillissementsprocedure
In een faillissementsprocedure tussen appellante en [X] werd het verzoek tot faillietverklaring ambtshalve aangehouden. Appellante diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter mr. F.M.T. Quaadvliet, dat door de wrakingskamer werd afgewezen. Appellante ging in hoger beroep tegen deze afwijzing en stelde dat er doorbrekingsgronden waren voor het appelverbod.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk was omdat appellante doorbrekingsgronden had aangevoerd. Echter, de meeste grieven betroffen het handelen van de rechter in de faillissementsprocedure zelf en niet de wrakingskamer. Deze grieven konden het appelverbod niet doorbreken. Ook een grief over het nalaten van een oordeel door de wrakingskamer werd verworpen omdat dit geen verzuim van essentiële vormen betrof.
Het hof concludeerde dat de wrakingskamer de toepasselijke wetsartikelen correct had toegepast en dat het beroep niet tot doorbreking van het appelverbod leidde. Het hoger beroep werd daarom verworpen en het wrakingsverzoek bleef afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van het wrakingsverzoek wordt verworpen en het wrakingsverzoek blijft afgewezen.