ECLI:NL:GHARN:2010:BO7429
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- E.B. Knottnerus
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Geen materieel werkgeverschap en afwijzing schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging
In deze civiele zaak stond centraal of Resink Beheer als materiële werkgever kon worden aangemerkt en aansprakelijk was voor een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst van [X]. [X] was in dienst bij Resink Woninginrichting B.V., een dochtervennootschap van Resink Beheer, en stelde dat Resink Beheer als moedermaatschappij het materieel werkgeverschap droeg.
Het hof oordeelde dat het enkele feit dat Resink Beheer aandeelhouder was en de verliezen van de dochter droeg, onvoldoende is om materieel werkgeverschap aan te nemen. [X] had onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit dat materiële werkgeverschap kon worden afgeleid. Ook het beroep op onrechtmatige daad wegens het ontbreken van een vergoeding bij het ontslag faalde, omdat geen concreet vertrouwen was gewekt door Resink Beheer.
Verder werd het incidenteel hoger beroep van Resink Beheer niet-ontvankelijk verklaard omdat het feitelijk een voorziening betrof tegen het achterwege laten van een verwijzing door de kantonrechter, waartegen geen voorziening openstaat. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde [X] in de kosten van het principaal hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering van [X] af wegens gebrek aan materieel werkgeverschap van Resink Beheer.