ECLI:NL:GHARN:2010:BO4027
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wettelijke deskundigenverklaring niet vereist bij terugvordering van onterecht betaald loon
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de werknemer, [appellant], een deskundigenverklaring moest overleggen bij de terugvordering van loon dat onterecht was betaald tijdens arbeidsongeschiktheid. Het hof oordeelde dat artikel 7:629a lid 1 BW alleen ziet op loonvorderingen door de werknemer, niet op terugvorderingen door de werkgever.
De feiten betroffen een periode van arbeidsongeschiktheid van 6 maart 2007 tot 15 juni 2007, waarin [appellant] vanwege fysieke en mogelijk psychische beperkingen niet in staat was zijn eigen arbeid te verrichten. Uit deskundigenrapporten bleek echter onvoldoende dat hij ook ongeschikt was voor passende arbeid. Situatieve arbeidsongeschiktheid werd overwogen, maar onvoldoende onderbouwd.
Het hof verwierp het bewijsaanbod van [appellant] en oordeelde dat hij onvoldoende concrete feiten had gesteld om ongeschiktheid aan te tonen. Andere geschilpunten, zoals de reden van ziekmelding en re-integratieverplichtingen, werden niet behandeld omdat ze niet tot vernietiging van het vonnis leidden.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter waarin [appellant] werd veroordeeld tot terugbetaling van €11.685,28 plus wettelijke rente en veroordeelde hem in de kosten van het hoger beroep. Hiermee werd bevestigd dat de terugvordering terecht was en dat de wettelijke deskundigenverklaring niet vereist was in deze context.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tot terugbetaling van €11.685,28 plus wettelijke rente en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep.