ECLI:NL:GHARN:2010:BO2118
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing tussentijds hoger beroep in familierechtelijke zaak
In deze civiele familierechtelijke procedure heeft de man hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Arnhem die zijn verzoek tot het openstellen van tussentijds hoger beroep op een tussenvonnis van 24 februari 2010 heeft afgewezen. Het hof verwijst naar het tussenvonnis en de daaropvolgende correspondentie tussen partijen en de rechtbank.
De mondelinge behandeling vond plaats op 25 mei 2010, waarbij de vrouw door haar advocaat werd vertegenwoordigd, terwijl de man en zijn advocaat niet verschenen. De vrouw verzocht om niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep en veroordeling van de man in de kosten. Het hof stelde de man in de gelegenheid te reageren op de kostenveroordeling, waarop schriftelijke reacties volgden.
Het hof oordeelt dat de bestreden beslissing geen eindvonnis of eindbeschikking betreft en zich niet leent voor tussentijds hoger beroep. Daarom is het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk. Gezien de zuiver juridische aard van het geschil en het ongelijk van de man, veroordeelt het hof hem in de kosten van het hoger beroep, begroot op € 894,-. De beslissing is op 7 september 2010 uitgesproken door drie rechters.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt de man in de kosten van het hoger beroep.