ECLI:NL:GHARN:2010:BO0464

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
14 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002922-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 177 Wegenverkeerswet 1994Art. 179 Wegenverkeerswet 1994Art. 14a Wetboek van StrafrechtArt. 14b Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor frontale aanrijding met taakstraf en rijontzegging

Het gerechtshof Arnhem heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de kantonrechter in Zwolle-Lelystad. Verdachte werd beschuldigd van het veroorzaken van een frontale aanrijding door een inhaalmanoeuvre waarbij hij op de verkeerde weghelft terechtkwam en een tegemoetkomend voertuig raakte.

Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte onvoorzichtig handelde, mede doordat hij slechts drie maanden in het bezit was van een rijbewijs en onvoldoende oplettend was tijdens de manoeuvre. Getuigenverklaringen wezen uit dat verdachte hinderlijk dicht achter een ander voertuig reed en niet alle verkeersregels in acht nam.

De aanrijding leidde tot ernstige verwondingen bij het slachtoffer, die nog dagelijks gevolgen ondervindt. Het hof legde een taakstraf van 120 uren op, met een vervangende hechtenis van 60 dagen bij niet-naleving, en een rijontzegging van 15 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen. Een voorwaardelijke hechtenis werd niet opgelegd, in tegenstelling tot het verzoek van de advocaat-generaal. De straf en ontzegging zijn mede bedoeld om herhaling te voorkomen, zeker gezien de beroepswens van verdachte om als chauffeur te werken.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 120 uur taakstraf, 60 dagen vervangende hechtenis en 15 maanden rijontzegging waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Uitspraak

Parketnummer: 24-002922-08
Parketnummer eerste aanleg: 07-570317-08
Arrest van 14 oktober 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad, zittinghoudende te Deventer, van
26 november 2008, in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1988] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. H.J. Voors, advocaat te Zwolle.
Het vonnis waarvan beroep
De kantonrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een overtreding veroordeeld tot straffen en een bijkomende straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 15 maanden en een voorwaardelijke hechtenis voor de duur van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaren.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 18 december 2007 in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de [straat], een inhaalmanoeuvre heeft uitgevoerd waarbij hij met het door hem bestuurde voertuig op het weggedeelte bestemd voor het tegemoetkomend verkeer is terechtgekomen, en (vervolgens) is hij (frontaal) tegen een tegemoetkomend voertuig (personenauto) aangereden/gebotst; door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 18 december 2007 in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een voertuig, personenauto, daarmee rijdende op de weg, de [straat], een inhaalmanoeuvre heeft uitgevoerd waarbij hij met het door hem bestuurde voertuig op het weggedeelte bestemd voor het tegemoetkomend verkeer is terechtgekomen, en vervolgens (frontaal) tegen een tegemoetkomend voertuig, personenauto, is aangereden/gebotst, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op de overtreding:
Overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte is in de ochtend van 18 december 2007 op de [straat] in de gemeente [gemeente], ten gevolge van een door hem ingezette inhaalmanoeuvre op het weggedeelte bestemd voor het tegemoetkomende verkeer nagenoeg frontaal tegen de door [slachtoffer 1] bestuurde auto gebotst. Verdachte, zijn passagier [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn ten gevolge van deze aanrijding met (ernstige) verwondingen overgebracht naar het ziekenhuis. Blijkens een zich in het dossier bevindende letselbeschrijving was met name [slachtoffer 1] er ernstig aan toe. Zij ondervindt nu nog dagelijks de gevolgen van het ongeval.
Verdachte heeft verklaard zich als gevolg van een hersenkneuzing niets te herinneren van het ongeval, noch van wat zich kort ervoor of erna heeft afgespeeld. Uit het procesdossier komt echter het beeld naar voren dat verdachte in de aanloop naar het ongeval niet steeds alle verkeersregels in acht heeft genomen. Zo heeft verdachte volgens getuige [getuige], kort voordat verdachte met zijn personenauto op de andere weghelft terecht kwam, hinderlijk dicht achter het voertuig van [getuige] gereden, terwijl [getuige] de cruisecontrol van zijn auto op 80 km/u, gelijk aan de toegestane maximumsnelheid ter plaatse, ingesteld had. Verdachte heeft bovendien onvoldoende opgelet op het moment dat hij zijn voertuig naar de linker weghelft heeft gestuurd.
Verdachte heeft hiermee onvoorzichtig gehandeld, zeker nu verdachte op het moment dat het ongeval plaatsvond (slechts) drie maanden in het bezit was van een rijbewijs.
Vorenomschreven omstandigheden maken dat er sprake is van een zodanig ernstig verwijt dat het opleggen van een werkstraf, alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid, beide van een substantiële duur, gerechtvaardigd is. Het hof zal deze straf en bijkomende straf dan ook aan verdachte opleggen. Een gedeelte van de op te leggen ontzegging van de rijbevoegdheid zal voorwaardelijk worden opgelegd. Vorenbedoelde voorwaardelijk straf heeft mede ten doel om te voorkomen dat verdachte opnieuw soortgelijke strafbare feiten pleegt. Dit geldt temeer nu verdachte ter terechtzitting van het hof heeft aangegeven in de toekomst te willen werken als koerier of chauffeur. Het hof heeft daarbij ook acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit het justiti?le documentatieregister d.d. 7 juli 2010.
Het hof ziet in vorenstaande - anders dan de kantonrechter en de advocaat-generaal - geen aanleiding om aan verdachte een voorwaardelijke hechtenis op te leggen.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdtwintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zestig dagen zal worden toegepast;
ontzegt aan de veroordeelde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van vijftien maanden;
beveelt, dat van de bijkomende straf een gedeelte van zes maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter, mr. K.J. van Dijk en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier.