ECLI:NL:GHARN:2010:BO0388
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- M. Otte
- A.E. Harteveld
- R.R.H. Laurens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot strafvervolging na 'eigen vuur'-incident in Afghanistan
Op 12 januari 2008 vond tijdens een militaire operatie in Afghanistan een tragisch incident plaats waarbij twee Nederlandse militairen, korporaal P. en soldaat S., om het leven kwamen door een salvo van eigen vuur. De foutieve aanduiding van de locatie waar personen werden waargenomen leidde tot het bevel tot vuren, dat uiteindelijk op de verkeerde positie werd uitgevoerd.
De ouders van de slachtoffers dienden een klaagschrift in tegen korporaal K. en luitenant-kolonel H., stellende dat zij strafrechtelijk aansprakelijk zijn voor dood door schuld. Het hof onderzocht of er een redelijk vermoeden van schuld bestond dat een gerechtelijk vooronderzoek zou rechtvaardigen.
Na uitgebreid onderzoek en beoordeling van getuigenverklaringen en militaire context oordeelde het hof dat de bijzondere omstandigheden van de gevechtssituatie en de druk waaronder de militairen handelden, niet leiden tot een redelijk vermoeden van schuld. Zowel de foutieve locatieaanduiding door K. als het bevel tot vuren door H. kunnen niet worden aangemerkt als in aanmerkelijke mate verwijtbaar onvoorzichtig handelen.
Het hof concludeerde dat de officier van justitie terecht heeft besloten geen strafvervolging in te stellen en wees het beklag af. De procedure diende zich te beperken tot strafrechtelijke beoordeling en niet tot het trekken van operationele lessen.
De beslissing werd op 14 oktober 2010 door het hof genomen, waarmee het verzoek tot strafvervolging werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot strafvervolging af wegens ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld.