ECLI:NL:GHARN:2010:BN8820
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep belastingaanslag
Belanghebbende had tegen een uitspraak op bezwaar inzake een belastingaanslag beroep ingesteld bij de rechtbank. De Inspecteur kwam geheel tegemoet aan de grieven van belanghebbende en verzocht hem het beroep in te trekken, onder toezegging van een proceskostenvergoeding. Belanghebbende ondertekende op 23 september 2009 een verklaring tot intrekking van het beroepschrift, welke op 1 oktober 2009 bij de rechtbank aankwam en aldaar als intrekking werd aangemerkt.
Het verzoek om proceskostenvergoeding werd echter pas op 6 oktober 2009 bij de rechtbank ingediend, nadat de intrekking al was ontvangen. De rechtbank kende een proceskostenvergoeding toe, maar de Inspecteur ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat het verzoek te laat was ingediend en derhalve niet-ontvankelijk.
Het Gerechtshof oordeelde dat het verzoek om proceskostenvergoeding volgens artikel 8:75a Awb gelijktijdig met de intrekking van het beroep moet worden gedaan. Omdat het verzoek niet gelijktijdig was ingediend, verklaarde het hof het verzoek niet-ontvankelijk en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. De kosten van het hoger beroep werden niet aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding is niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet gelijktijdig met de intrekking van het beroep is ingediend.