ECLI:NL:GHARN:2010:BN5909
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt Nederlandse woonplaats voor belastingplichtige met verblijf in Zwitserland
Belanghebbende, geboren in 1927 en van Nederlandse nationaliteit, woonde sinds 1993 in Zwitserland maar hield een appartement in Nederland aan. De Inspecteur stelde dat belanghebbende in Nederland woonde en belastte hem dienovereenkomstig, wat leidde tot een geschil over zijn fiscale woonplaats en de berekening van aanmerkelijkbelangwinst.
Het Hof onderzocht uitgebreid de feiten, waaronder verblijfsdagen, gebruik van woningen, sociale en economische banden met Nederland en Zwitserland. Ondanks het feit dat belanghebbende en zijn echtgenote aanzienlijke tijd in Zwitserland verbleven, oordeelde het Hof dat de banden met Nederland sterker waren, mede door het bezit van een appartement, familiebanden, economische belangen en het feit dat belanghebbende de Nederlandse nationaliteit heeft.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel, gebaseerd op eerdere fiscale behandelingen en correspondentie, werd verworpen omdat er geen gerechtvaardigde verwachting bestond dat belanghebbende als buitenlandse belastingplichtige zou worden aangemerkt in het jaar 2000.
De berekening van de aanmerkelijkbelangwinst door de Inspecteur werd als juist beoordeeld. Het Hof bevestigde daarmee de uitspraak van de Rechtbank Arnhem en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende in Nederland woonachtig is en dat de aanslag inkomstenbelasting inclusief aanmerkelijkbelangwinst correct is vastgesteld.