ECLI:NL:GHARN:2010:BN5820
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding pachtovereenkomst wegens onvoorziene omstandigheden door gewijzigde varkensstalregels
In deze civiele zaak stond de ontbinding van een pachtovereenkomst centraal, waarbij de pachter varkensstallen huurde die niet voldeden aan de per 1 januari 2003 gewijzigde eisen van het Varkensbesluit. Hoewel het normaal gesproken op de weg van de pachter ligt om aanpassingen te verrichten, oordeelde het hof dat dit in dit geval niet redelijk was vanwege hoge kosten en beperkte uitbreidingsmogelijkheden.
Het hof onderzocht diverse factoren, waaronder de minimale investeringskosten, de redelijkheid van een dergelijke investering, de bedrijfsomvang en de acties van de pachter om tot een gezamenlijke oplossing te komen. Uit bewijs en getuigenverklaringen bleek dat de pachter onvoldoende initiatieven had genomen om met de verpachter tot een bevredigende regeling te komen, ondanks eerdere mogelijkheden zoals deelname aan de opkoopregeling RBV.
De deskundige stelde dat een redelijke pachter de grote investering niet zou doen, mede door de beperkte meerwaarde aan het einde van de pachtperiode. Het hof concludeerde dat de gewijzigde regelgeving het doel van de overeenkomst zo bezwaarlijk maakte dat ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden gerechtvaardigd was.
Het hof ontbond de overeenkomst met ingang van 1 januari 2003 onder de voorwaarde dat de pachter €125.000 aan de verpachter betaalt, ongeveer de helft van de verschuldigde pacht indien het contract was uitgediend. Tevens werden proceskosten verdeeld en de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De pachtovereenkomst wordt ontbonden per 1 januari 2003 onder de voorwaarde dat de pachter €125.000 aan de verpachter betaalt.