ECLI:NL:GHARN:2010:BN5745
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Janse
- Zandbergen
- Tjallema
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ongedaanmaking of betaling na faillissement aannemer en cessie handelsvordering
In deze civiele zaak stond centraal of de cessie van handelsvorderingen door een failliete aannemer aan een derde partij recht geeft op ongedaanmaking van de overeenkomst na ontbinding of op betaling van de aanneemsom minus besparingen bij opzegging door de opdrachtgever.
De nieuwe [geïntimeerde] had van de curator van de failliete aannemer handelsvorderingen gekocht, waaronder een vordering ter zake van verrichte werkzaamheden. De vraag was of deze vordering ook aanspraak maakte op vergoeding na opzegging of ontbinding van de aannemingsovereenkomst.
Het hof overwoog dat de cessie zich beperkte tot de handelsvordering voor verrichte werkzaamheden en niet strekte tot vorderingen op grond van opzegging of ontbinding. De vordering kon daarom niet worden gebaseerd op artikel 7:764 BW Pro (opzegging) of artikel 6:272 BW Pro (ongedaanmaking). Tevens faalde de vordering tot nakoming omdat de eiser niet had toegelicht waarom opzegging of ontbinding niet aan nakoming in de weg stond.
Het hof vernietigde het vonnis van eerste aanleg, wees de vordering af en veroordeelde de eiser in de kosten. De wettelijke rente over een bedrag werd toegewezen, maar niet de handelsrente. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering van de nieuwe [geïntimeerde] wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.