ECLI:NL:GHARN:2010:BN3764
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van inbewaringstelling wegens onvoldoende voortvarendheid curator tijdens faillissementsgijzeling
De gefailleerde is op 16 september 2009 in staat van faillissement verklaard en vervolgens op 5 juli 2010 in verzekerde bewaring gesteld op grond van artikel 87 Faillissementswet Pro. De rechtbank Almelo verlengde op 28 juli 2010 de termijn van de inbewaringstelling met dertig dagen vanwege onvolledige en tegenstrijdige informatie van de gefailleerde aan de curator.
De gefailleerde kwam hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat hij bereid was alle vragen naar beste weten te beantwoorden, maar dat de curator onvoldoende concrete vragen had gesteld na de verlenging. Tijdens de zitting bleek dat de curator na de verlenging geen verdere vragen had gesteld, ondanks dat er nog onduidelijkheden waren.
Het hof oordeelde dat het belang van de curator bij voortzetting van de gijzeling aanvankelijk zwaarder woog, maar dat het stilzitten van de curator na verlenging niet gerechtvaardigd was. Hierdoor werd de gefailleerde niet in staat gesteld om de gijzeling te beëindigen door volledige medewerking. Het hof besloot daarom de verlenging van de inbewaringstelling te vernietigen en de gijzeling per direct te beëindigen.
Uitkomst: De inbewaringstelling van de gefailleerde wordt per direct beëindigd wegens onvoldoende voortvarendheid van de curator.