ECLI:NL:GHARN:2010:BN3018
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Universiteit mag student niet beperken tot twee tentamenpogingen voor practicumblok zonder schriftelijke regeling
De zaak betreft een geschil tussen een student die in 2003 met zijn geneeskundestudie begon en de universiteit over het aantal toegestane tentamenpogingen voor het practicumblok Praktisch Klinisch Onderwijs 1 (PKO1). De student vorderde in kort geding dat hij twee extra tentamenkansen zou krijgen en dat het eindcijfer objectief zou worden vastgesteld. De voorzieningenrechter wees deze vorderingen af, waarna de student in hoger beroep ging.
Het hof stelt vast dat voorafgaand aan het studiejaar 2008-2009 geen schriftelijke regeling bestond die het aantal tentamenpogingen voor practicumvakken beperkte. De universiteit kon niet aannemelijk maken dat mondelinge mededelingen of een vast gebruik voldoende waren om de rechten van studenten te beperken. Ook het reglement van 2008-2009 is niet van toepassing op de situatie van de student, die al eerder met zijn studie was begonnen.
De universiteit stelde dat de student al drie pogingen had gedaan en dat hij in een gesprek met de voorzitter van de examencommissie akkoord was gegaan met een laatste kans, maar het hof oordeelt dat dit niet betekent dat de student afstand heeft gedaan van zijn recht op verdere herkansingen. De universiteit heeft onvoldoende onderbouwd waarom zij de student geen vierde kans zou mogen geven.
Het hof concludeert dat de universiteit onrechtmatig handelt door de student de toegang tot het practicumblok te ontzeggen en hem te beletten verdere tentamenpogingen te doen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd, en de universiteit wordt bevolen de student twee tentamenkansen te gunnen en het eindcijfer objectief vast te stellen.
Uitkomst: Het hof beveelt de universiteit om de student toe te laten tot het practicumblok PKO1 en hem twee tentamenkansen te gunnen.