ECLI:NL:GHARN:2010:BN2815
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- G.P.M. van den Dungen
- Th.C.M. Willemse
- L.L.M. de Lorijn
- H.K.C. Roelofsen
- Rechtspraak.nl
Geen definitieve pachtovereenkomst wegens niet-vervulde opschortende voorwaarde waterkwaliteit
In deze zaak stond centraal of tussen Wilex B.V. en geïntimeerde een definitieve pachtovereenkomst was gesloten voor een kas die bedoeld was voor komkommerteelt. Wilex bood haar tuinbouwbedrijf te koop aan en geïntimeerde toonde interesse in de kas. Na bezichtigingen en het nemen van een watermonster werd een concepthuurovereenkomst opgesteld.
De kern van het geschil betrof de kwaliteit van het bronwater, dat essentieel was voor de teelt van komkommers. De overeenkomst werd volgens het hof gesloten onder een opschortende voorwaarde dat het water geschikt moest zijn. Analysegegevens toonden aan dat het natriumgehalte van het bronwater te hoog was, waardoor het water ongeschikt bleek voor komkommerteelt. Ook het leidingwater was niet geschikt.
Wilex voerde aan dat er een definitieve overeenkomst was en dat uitvoeringshandelingen dit bevestigden, maar het hof oordeelde dat deze handelingen niet afdoen aan het voorwaardelijke karakter van de overeenkomst. Het hof bekrachtigde het vonnis van de pachtkamer dat geen definitieve pachtovereenkomst tot stand was gekomen en veroordeelde Wilex in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geen definitieve pachtovereenkomst tot stand is gekomen wegens niet-vervulde opschortende voorwaarde.