ECLI:NL:GHARN:2010:BN1394
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van aanslag inkomstenbelasting na waardering perceel op €136.000
Belanghebbende, samen met haar echtgenoot exploitant van een varkensfokkerij, kreeg voor het jaar 2003 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen uit werk en woning van €65.347. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank en het gerechtshof werd de aanslag verminderd tot respectievelijk €65.346 en €19.846. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatie in tegen deze laatste uitspraak, waarna de Hoge Raad het arrest vernietigde en verwees naar het gerechtshof Arnhem.
Bij het gerechtshof Arnhem stond centraal de vraag of de waarde in het economische verkeer (WEV) van het perceel grond €136.000 bedraagt, zoals de Inspecteur stelde. Belanghebbende voerde aan dat een waardedruk wegens duurzame zelfbewoning in aanmerking moest worden genomen, wat eerder door het gerechtshof werd verworpen en niet meer aan de orde kon komen na verwijzing.
Het hof nam het taxatierapport en de aanvullende verklaring van een erkende taxateur als uitgangspunt, waarin de WEV van het perceel bij gezamenlijke verkoop met de woning op €136.000 werd vastgesteld. Omdat belanghebbende geen tegenbewijs aanvoerde, ging het hof uit van deze waarde.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd. De uitspraak werd op 6 juli 2010 in het openbaar gedaan door het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het gerechtshof Arnhem verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de aanslag op basis van een WEV van €136.000.