ECLI:NL:GHARN:2010:BN1388
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning verhoudingsgetal voor nuttige toepassing afvalstoffen binnen inrichting
Belanghebbende, houder van een inrichting waar afvalstoffen worden gestort en nuttig toegepast, verzocht om een vergunning verhoudingsgetal voor deze stoffen. De Inspecteur weigerde dit, wat door de rechtbank werd bevestigd. Belanghebbende stelde dat de nuttige toepassing van afvalstoffen niet als verwijdering moet worden gezien en dat op grond van Europeesrechtelijke interpretatie teruggaaf zou moeten plaatsvinden.
Het Hof oordeelt dat het begrip 'voor verwijdering afgegeven afvalstoffen' in de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) moet worden gelezen als afvalstoffen die de inrichting niet verlaten, ongeacht nuttige toepassing binnen de inrichting. Hierdoor kan de teruggaaf niet hoger zijn dan waarop recht bestaat volgens het eerste lid van artikel 18b Wbm.
Het Hof wijst het betoog van belanghebbende af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het Hof acht de Europese richtlijn inzake storten niet van toepassing op de heffing van milieubelasting in deze context. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de weigering van de vergunning verhoudingsgetal voor stoffen die binnen de inrichting nuttig worden toegepast.