ECLI:NL:GHARN:2010:BM2468

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
22 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
21-004210-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 SvArt. 378a Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken tolk bij verhoren en onvoldoende bewijs bedreiging

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor bedreiging van het slachtoffer met woorden van dreiging gericht op het leven of zware mishandeling. In hoger beroep stelde de verdediging dat de verhoren van het slachtoffer en getuigen zonder tolk waren afgenomen, wat de verdediging schaadde. De vader van het slachtoffer trad op als tolk, maar beheerst de talen onvoldoende om betrouwbare vertalingen te garanderen.

Het hof oordeelde dat de verklaringen van het slachtoffer en getuigen, opgenomen in het Duits en vertaald door de vader als tolk, niet als bewijs konden dienen vanwege het ontbreken van een professionele tolk en de twijfel over de betrouwbaarheid van de vertalingen. Ook was niet vastgesteld dat de verbalisanten de Duitse taal voldoende beheersten.

Gezien het ontbreken van andere bewijsmiddelen en de onbetrouwbaarheid van de verklaringen sprak het hof verdachte vrij van de tenlastegelegde bedreiging. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de zaak werd opnieuw beoordeeld, resulterend in vrijspraak.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van tolk en onvoldoende bewijs van bedreiging.

Uitspraak

Sector strafrecht
Parketnummer: 21-004210-09
Uitspraak d.d.: 22 april 2010
VERSTEK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Arnhem van 20 oktober 2009 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [woonplaats], [adres].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 april 2010.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft primair gevorderd dat de verdachte met toepassing van het bepaalde in artikel 416, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het appel en subsidiair dat het gerechtshof het vonnis van de eerste rechter zal bevestigen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof vat de brief van de raadsman van 16 november 2009 op als appelschriftuur en zal het hoger beroep daarom niet zonder onderzoek van de zaak niet-ontvankelijk verklaren.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het vonnis op de voet van artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering is aangetekend en daarom niet de in hoger beroep voorgeschreven vermeldingen bevat. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 22 september 2008 te Asch, gemeente Buren, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "als ik niet met jou kan gaan snij ik je buik open en haal ik je ogen eruit", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
2.
hij op een of meer tijstippen op of omstreeks 22 september 2008 te Asch, gemeente Buren, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte (telkens) opzettelijk de ouders van die
[slachtoffer] dreigend de woorden (over die [slachtoffer]) heeft toegevoegd: "ik maak haar dood als zij niet mijn meisje wil zijn en/of (vervolgens) ik maak haar dood als ik haar
niet kan krijgen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
De raadsman heeft in zijn appelschriftuur van 16 november 2009 aangegeven dat de verdediging het niet eens is met de veroordeling van de verdachte, nu de verhoren van aangeefster en de getuigen zonder bijstand van een tolk zijn afgenomen en zelfs de vader van aangeefster als tolk zou hebben opgetreden.
Het hof overweegt hieromtrent als volgt. De aangeefster, [slachtoffer], en haar moeder,
[getuige1], beheersen alleen de Poolse taal. [getuige2], de vader van aangeefster, beheerst volgens de mededelingen van de verbalisanten naast de Poolse taal ook de Duitse taal. [getuige2] en [getuige1] zijn als getuigen gehoord. De aangifte en de getuigenverklaringen zijn opgenomen in de Duitse taal. Alle verhoren zijn afgenomen zonder bijstand van een tolk. [getuige2] is als tolk opgetreden voor zijn echtgenote en zijn dochter. Niet is komen vast te staan dat [getuige2] de Duitse taal zodanig beheerst dat hij in staat is om de Poolse taal adequaat in de Duitse taal te kunnen vertalen. Niet staat vast dat hij betrouwbare vertalingen heeft kunnen maken. De vertaalde inhoud van de verklaringen van [slachtoffer], [getuige2] en [getuige1] kan niet voor het bewijs worden gebezigd, omdat er geen sprake is van een zorgvuldige waarheidsvinding. Daarbij merkt het hof op dat evenmin is komen vast te staan dat de verbalisanten de Duitse taal zodanig beheersen dat zij de aangifte en verklaringen in de Duitse taal adequaat hebben kunnen afnemen.
Ook de verklaring van de verdachte kan niet tot het bewijs worden gebezigd, nu het verhoor in de Nederlandse en de Engelse taal is afgenomen, waarbij de verdachte geen bijstand heeft gekregen van een tolk, terwijl hij de Nederlandse en de Engelse taal volgens de mededelingen van de verbalisanten slechts een klein beetje beheerst.
Naar het oordeel van het hof is, nu er geen andere bewijsmiddelen in het dossier aanwezig zijn, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
BESLISSING (bij verstek)
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. C. Caminada, voorzitter,
mr. P.R. Wery en mr. R. de Groot, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. K. van Laarhoven, griffier,
en op 22 april 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.