ECLI:NL:GHARN:2010:BL9266
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- I.A. Katz-Soeterboek
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag en schending anciënniteitsbeginsel
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn ontslag kennelijk onredelijk was omdat de functies van hem en een jongere werknemer uitwisselbaar waren en het anciënniteitsbeginsel werd geschonden. Tevens stelde hij dat de gevolgen van het ontslag voor hem te ernstig waren in verhouding tot het belang van de werkgever.
Het hof stelde vast dat de werkgever bedrijfseconomische noodzaak voor het ontslag aannemelijk had gemaakt. Uit getuigenverklaringen en taakverdelingen bleek dat de functies van appellant en de jongere werknemer niet volledig uitwisselbaar waren. Het hof verwierp daarom het beroep op schending van het anciënniteitsbeginsel.
Verder oordeelde het hof dat, ondanks de leeftijd en dienstjaren van appellant, de financiële situatie van de werkgever zwaarwegend was en de gevolgen van het ontslag voor appellant niet te ernstig waren. Appellant had geen interesse kenbaar gemaakt in passend ander werk. Het hof bekrachtigde de eerdere vonnissen en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is en wijst de vordering tot vergoeding af.