ECLI:NL:GHARN:2010:BL7249
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- O. Anjewierden
- W.M. van Schuijlenburg
- J.H. Bosch
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof Arnhem bevestigt veroordeling voor niet-emissiearm gebruik van dierlijke meststoffen
Verdachte werd door de economische politierechter veroordeeld wegens het niet-emissiearm gebruiken van dierlijke meststoffen op grasland. In hoger beroep stelde de raadsvrouw van verdachte dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een beleidswijziging door de Minister van LNV, maar dit werd door het hof verworpen.
Daarnaast voerde de verdediging aan dat het gebruik van de FIR-methode niet wederrechtelijk was omdat deze methode milieutechnisch beter zou zijn dan de voorgeschreven methoden. Dit beroep op het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid werd door het hof niet gevolgd, mede omdat verdachte geen ontheffing of vrijstelling had. Ook het beroep op overmacht (noodtoestand) werd afgewezen omdat er geen conflict van plichten bestond.
Het hof oordeelde dat verdachte opzettelijk de wet had overtreden door niet-emissiearm meststoffen te gebruiken, ondanks zijn intentie milieudoelen na te streven. Gelet op de ernst van het feit en de persoon van verdachte werd een geldboete van €500 opgelegd, subsidiair te vervangen door tien dagen hechtenis. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €500, subsidiair tien dagen hechtenis, wegens het niet-emissiearm aanwenden van dierlijke meststoffen.